dinsdag 27 september 2022

A Algemeen

Politieverhaal - 'De inbreker is nerveus, hij bibbert en het tafellaken beweegt aan alle kanten'

Het is nacht, de stille uurtjes. Ik ben op pad als mentor en in de bus zitten acht nieuwe politiecollega’s. Nadat we al vier keer hebben gecheckt of de mobilofoon het echt wel doet, komt er opeens een melding binnen. Of we naar een mogelijke inbraak willen gaan in een café. De dader zou vermoedelijk nog binnen zitten.

‘Yes, die is voor ons’, hoor ik achter mij in de bus roepen. Meteen daarna roept iemand ‘Ssssttttt!’ Alsof het geluid boven de zware diesel in de bus kan uitkomen. De melding is voor ons, maar ik weet dat andere collega’s in de buurt via de portofoon meeluisteren. Gezien de stilte van de nacht willen we allemaal wel een aanhouding op heterdaad doen. Ik wil het enthousiasme van de groep nieuwkomers niet onderdrukken en probeer, zonder teveel geluid, snel naar de locatie te rijden. Een stille race over grachten en verlaten straatjes.

Het is een opluchting als ik zie dat wij de eerste zijn in de straat. Ik sis nog even naar achteren dat ze zachtjes met het portier moeten doen. Dan gaan we erop af.
Het blijkt dat de eigenaar van het café boven de zaak woont. Hij wenkt al naar de collega’s die zich schuifelend tegen de gevel richting het pand begeven. Als mentor is het niet mijn rol om voorop te lopen, maar juist om de collega’s het zelf te laten beleven. Ze zijn goed getraind en bewapend. Ondanks dat de deur geforceerd is door de inbrekers weten ze de deur open te krijgen. Ze lopen naar binnen, terwijl twee collega’s bij de deur blijven staan.

Dan opeens zie ik dat een derde collega in de voordeur verschijnt. Ze wenkt mij dat ik direct moet komen. Ik vrees het ergste. Als ik dichterbij kom zie ik dat ze haar lachen bijna niet kan inhouden. Ze fluistert in mijn oor: “Kom, dit moet je echt zelf zien. Stil zijn.” Ik loop met haar door het café, maar ik begrijp er nog niet veel van.
Dan komen we bij het keukengedeelte. Nu zie ik waarom de collega’s moeten lachen... De inbreker houdt een tafellaken vast, ver boven het hoofd. Kennelijk denkt hij dat wij hem zo niet kunnen zien. De inbreker is nerveus aan het worden, hij bibbert en het tafellaken beweegt aan alle kanten. Aan de bovenkant zijn de vingers zichtbaar die het laken vasthouden.

Even komt bij mij de gedachte op om ondeugend als een hond te blaffen, maar ja, als mentor doe ik dat maar even niet. Het is een prachtig gezicht: een bibberende inbreker achter een tafellaken. Uiteindelijk wordt het te zwaar. De inbreker geeft zich over en wij hebben een verhaal waar we nog lang om kunnen lachen en een mooie aanhouding op heterdaad.