donderdag 02 december 2021

A Algemeen

Politieverhaal - 'Stoere Sjakie'

De regen klettert hard tegen de ramen van het politiebureau. Het komt vannacht met bakken uit de lucht. Mijn collega en ik hebben nachtdienst. Dan komt er een melding binnen over een caravan die bij een tankstation geparkeerd staat. Al eerder hoorden we over deze caravan. De buurt was niet zo blij dat hij daar stond en met die meneer die daar verblijft. “In die caravan is zojuist iemand neergestoken”, vertelt de meldkamer. Wij springen in de auto, zetten de zwaailichten en sirene aan en rijden erheen.

Door onze snelheid breekt de auto uit in een bocht. Het is een stuk gladder dan ik dacht. Maar goed, we rijden nog en zijn er bijna. Het tankstation is al in zicht. We parkeren de auto en lopen door de stromende regen naar de caravan. Bij het openen van de deur zien we een bekende van de politie. Hij noemt zichzelf Stoere Sjakie. Sjakie ligt op de grond. Ik zie een flinke steekwond aan zijn zij. Hij is nog aanspreekbaar. Met zijn hand drukkend op zijn wond vertelt hij: “Ik ben in elkaar geslagen en neergestoken”.

Ondertussen hoor ik in de verte de sirene van de ambulance. Wij melden de feiten aan de meldkamer. Sjakie vertelt dat hij al eerder problemen heeft gehad met mensen uit de buurt. Ze waren er niet blij mee dat zijn caravan bij het tankstation staat. Wie zijn aanvallers waren dat weet hij niet. “Het ging allemaal zo snel”. De deur van de caravan gaat weer open.
De ambulancebroeders zijn er en ze behandelen Sjakie zo snel mogelijk. Het is een flinke steekwond dus er is haast geboden. Wij assisteren de verpleegkundige zo goed als dat kan. Sjakie wordt op de brancard gelegd en met gillende sirenes naar het ziekenhuis gebracht. En wij bellen onze collega’s van de recherche voor verder onderzoek.

De forensische opsporing zoekt naar aanwijzingen en sporen die meer vertellen over wat er gebeurde. Wij kijken of we nog iemand kunnen vinden die iets gezien of gehoord heeft. We vinden helaas niemand. Ook in de caravan zien we verder geen aanwijzingen. De recherche is er inmiddels ook en we vertellen ons verhaal. Dan gaan we naar het bureau om een proces-verbaal op te maken.

Na aardig wat typewerk besluiten we naar het ziekenhuis te gaan. Hoe is het met Sjakie? En kan hij ons al wat meer vertellen? In het ziekenhuis worden we via de Spoedeisende Hulp gedirigeerd naar de afdeling waar Sjakie ligt. De artsen zijn nog bezig met het onderzoek en kunnen ons nog niet veel vertellen over zijn letsel. Hij is nog steeds gewoon aanspreekbaar. We vragen hoe het met hem is. Hij zegt grappend: “Tja. Sjakie is nu niet zo stoer meer.”